Hans Onno van den Berg

Strategie & Bedrijfsontwikkeling
in kunst en cultuur

WORDT GEEN KUNSTENAAR

PASSIE GEWAARDEERD Arbeidsmarktadvies Cultuur van de SER en Raad voor Cultuur. Er bestaan al enkele jaren flinke zorgen over de arbeidsmarkt voor kunstenaars en andere creatieven. Door de crisis van 2011 kromp de markt, de rijksoverheid bezuinigde op de podiumkunsten en gemeenten op muziekscholen. Het gevolg: stijgende werkloosheid en een toenemend aantal ZZP-ers dat voor minder dan het minimumloon blijft doorwerken.Vrijwilligers en stagiaires nemen de plaats in van betaalde krachten, niet alleen bij musea, theaters en concertzalen, maar ook bij theater- en dansgezelschappen. Musici zijn bereid om voor niks te komen optreden, als ze maar het podium op mogen.De arbeidsmarkt in de kunsten is van oudsher hoogst inflexibel. Wie als danser, acteur of musicus geen werk vindt, gaat niet op zoek naar ander werk, maar verlaagt zijn loon, neemt genoegen met kleine projectbaantjes, een 0-urencontract, of gaat aan de slag als stagiair of vrijwilliger. Na een verkenning in januari 2016 komen de Sociaal Economische Raad en de Raad voor Cultuur in gezamenlijkheid met een advies waarmee deze problemen moeten worden aangepakt. Passie Gewaardeerd is de bijna poëtische titel.

Zelfredzaam en weerbaar…

Centraal doel van het rapport en aanbevelingen is ‘de weerbaarheid en zelfredzaamheid van werkenden, werkgevers en opdrachtgevers’ te vergroten. Hoezo ? Gaan weerbaarheid en zelfredzaamheid het probleem van overaanbod op de arbeidsmarkt oplossen? Dat maakt nieuwsgierig.

De raden geven vier oplossingsrichtingen: (1) vergroten van het verdienvermogen, (2) verbeteren van inkomenszekerheid, (3) bevorderen van scholing en training en (4) versterking van de sociale dialoog.  Dit is een tamelijk verbluffend rijtje. Vergroten van het verdienvermogen is in andere bewoordingen hetzelfde als het vergroten van de markt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen als de overheden hun bezuinigingen terugdraaien, maar die ‘oplossingsrichting’ wordt niet genoemd. Het rapport beperkt zich tot de opmerking dat men de btw graag laag houdt en de Geefwet in stand moet blijven. Daarnaast pleiten de Raden ervoor dat de overheden in hun andere beleidsagenda’s zoals innovatiebeleid, stedelijke profilering,  sociale cohesie en internationale diplomatie meer verbindingen met de culturele sector zoeken. Alsof dat niet allang gebeurt. Isolement van bejaarden en zorgbehoevenden wordt bestreden met optredens van koren en orkesten, onhoudbare jongeren worden door middel van communitytheater, het schrijven van een theaterstuk of een rap op het rechte pad gebracht en wie zijn binnenstad wil laten bruisen bouwt een theater of poppodium. Het Nederlands Danstheater mag al sinds jaar en dag mee op missie naar Japan. Wordt daar iets gemist? Verder bepleit men het oprichten van een ‘platform’ waar zelfstandigen elkaar kunnen vinden ter stimulering van de markt. Welke markt ? Die voor musea, beeldende kunst, podiumkunst, popmuziek, film??? Gooien we dat allemaal op één hoop? Hoe gratuit wil je het hebben. Ook wordt er nog een opmerking over handhaving van het auteursrecht gemaakt, terwijl 85% van al het auteursrecht terecht komt bij dode kunstenaars, hun nabestaanden of bij kunstenaars die door roem en verkoop geen enkele last hebben van ‘werken voor een minimumloon’.

Bewustwording en fair practice

De tweede oplossingsrichting is het verbeteren van de inkomenszekerheid door middel van opnieuw ‘bewustwording’.  Een ‘fair practice’ label moet ervoor zorgen dat gezelschappen en podia een minimumloon gaan betalen, dan wel een minimumvergoeding aan de ZZP-er. Als dat niet vanzelf gaat zou de overheid dat – als ultum remedium -  in zijn subsidievoorwaarden van instellingen moeten afdwingen. Die aanbeveling is niet alleen kansloos, maar werkt ook contraproductief. Hij is kansloos omdat kunstenaars in alle soorten en maten – schrijvers, journalisten, artiesten, acteurs, dansers, musici – bereid zijn om voor niks het podium te beklimmen, op TV te komen, in de krant geplaatst te worden of in boekvorm te verschijnen, als ze maar op het podium mogen staan, in de DWDD mogen optreden of afgedrukt worden. DWDD betaalt nooit voor zijn artiesten. Ook dit artikel wordt niet betaald. In het rapport wordt dat men een chic woord intrinsieke motivatie genoemd (kunstenaar is immers geen beroep maar een roeping), maar het draait vooral om ijdelheid en de zekerheid dat als de poorten van de roem eenmaal open gaan het schip met geld er vanzelf achteraan komt. Nergens is de inkomensverdeling zo scheef als in de kunsten. Niet alleen internationale popartiesten en filmsterren verdienen per maand meer dan ze in een heel leven kunnen opmaken, ook in Nederland wordt een succesvol cabaretier of schrijver – met dank aan het auteursrecht - in een paar jaar gemakkelijk miljonair. Een dergelijk minimumloon/gage/of ZZP-vergoeding is niet alleen onhaalbaar, maar ook onwenselijk, omdat het de aanzuigende werking van het vak alleen nog maar vergroot. Nu mag je hopen dat iemand die een paar jaar voor bijna niks heeft staan ploeteren op een gegeven moment besluit ermee te stoppen. Met een minimumgage blijft zo iemand aan het werk en wordt het overaanbod van kunstenaars alleen maar in stand gehouden of zelfs vergroot. En dan hebben we het nog niet eens over de vraag wie de rekening van dat minimumloon/minimumvergoeding gaat betalen. De rijksoverheid voor het stukje rijksbeleid, de gemeenten voor alle musea, popzalen en theaters, de ‘markt’ voor galeries en de vrije sector? Vorig jaar meldde driekwart van de directies van poppodia dat zij een minimumgage onwenselijk en onhaalbaar achten.

Dan volgen nog twee kleinere aanbevelingen, om collectief onderhandelen van ZZP-ers mogelijk te maken door het uit het mededingingsrecht te halen en een aantal werknemersverzekeringen en pensioenopbouw ook voor ZZP-ers in te richten. Deze voorstellen reiken echter veel verder dan alleen de culturele en creatieve sector en hebben betrekking op alle ZZP-ers en de herziening van de Wet Inkomen en Zekerheid. Dat onderwerp ligt op de onderhandelingstafel voor het nieuwe kabinet. Het heeft weinig zin daarnaast (alvast) een aparte regeling voor de cultuur voor te ontwerpen.

Ontwikkelrekening

De derde ‘oplossingsrichting’ betreft het bevorderen van scholing en duurzame inzetbaarheid. Sociale partners moeten hier afspraken over maken, er moet een ‘ontwikkelrekening’ voor alle werkenden komen en ook hier zou een platform opgericht moeten worden dat een scholingsaanbod waarborgt en arbeidsmarktonderzoek stimuleert. Hier verliezen beide raden elke vorm van realiteitszin. Dit soort afspraken bestaan enerzijds al lang voor de diverse afgesloten cao’s: de museumcao, de theatercao, de Cao theater en dans (net algemeen verbindend verklaard), de filmcao, de cao kunstzinnige vorming. Ook zijn er al omscholingsplatforms als C3 of het Scholingsfonds voor Dansers die er met enige moeite in slagen werkeloze acteurs en dansers aan een ander beroepsperspectief te helpen. Daar kan echt nog wel iets aan verbeterd worden, maar bij- en omscholing zijn daar een vast onderwerp van gesprek tussen werkgever en werknemer. Dat is nu juist helemaal niet het geval voor de 40% ZZP-ende, vrijwillige, stagiarende groep kustenaars en creatieven. Maar die zijn ook helemaal niet verenigd. Die zijn niet aangesloten bij een vakbond of bij MKB, maar zijn vooral van zichzelf. En die gaan op dat minimumloon waarvoor ze bereid zijn te komen niet ook nog eens een percentage afzonderen voor scholing of pensioen. De muziekscholen hebben door gemeentelijke bezuinigingen massaal de deuren moeten sluiten, maar de daar werkzame docenten zijn in meerderheid gewoon aan het werk gebleven door voor € 15,- of € 20,- per uur  bij de leerling thuis langs te komen. Dat ga je niet oplossen met een fonds of ‘ontwikkelrekening’.  En al helemaal niet door de vierde oplossingsrichting, ‘versterking van de sociale dialoog ‘tussen werkgevers en werknemers, want daar zitten die ZZP-ers helemaal niet aan tafel.

Onzinnig en overbodig

De SER en de Raad voor Cultuur zijn erin geslaagd het probleem van de mismatch tussen vraag en aanbod in de culturele sector ‘op te lossen’ met een reeks onzinnige voorstellen, die of al bestaande praktijk zijn (andere beleidsagenda’s), het probleem helemaal niet raken (Auteursrecht, sociale dialoog), of onhaalbaar of onwenselijk zijn (minimumgage/minimumloon).  Bij de bezuinigingen op de kunsten in 2011 had NRC Next de voorpagina ingeruimd voor één kop: EINDELIJK MINDER KUNST. Dat is waar het in de markt van kunst en cultuur om draait. Er zijn teveel kunstenaars. Kunstenaar worden is het meest sexy beroep dat er is, waar een perspectief van oneindige roem en rijkdom gloort, maar je voor de time being bereid bent genoegen te nemen met een consumptiebon. Het aantal kunstopleidingen blijft groeien, terwijl 60% van de afgestudeerden niet in het vak terecht komt. Dat los je niet op met het vergroten van het verdienvermogen, bewustwording, inkomenszekerheid, collectief onderhandelen of het inrichten van platforms. Dat vergroot alleen maar de aantrekkingskracht. Dat bemoedigt de aankomend kunstenaar juist om vol te houden. Aankomende kunstenaars moeten niet worden bemoedigd, maar moeten worden ontmoedigd. Alleen dat werkt. De rest is gratuit. Voor je het weet wordt de sector opgescheept met nog eens twee platforms met naar alle waarschijnlijkheid goedbetaalde beleidsmedewerkers. Passie Gewaardeerd is jammer genoeg een product van de zoveelste commissiecarrousel geworden.